De dood heeft me vaak beziggehouden. Mijn eerste herinnering aan de dood was toen ik een jaar of zeven was. Ronald, de beste vriend van mijn broer, overleed jong. Wat me bij is gebleven zijn het verdriet van zijn moeder en zus. Ik kan me goed herinneren dat ik als kind bang was om dood te gaan. Vaak vroeg ik me af of er ‘oorlog zou komen’. Mijn moeder stelde me dan gerust : “Welnee, hier komt geen oorlog.” Toen ik een kleuter was liep ik van school naar huis en toen ik de straat overstak naar ons huis werd ik geschept door een auto. Van het ongeluk kan ik me niets herinneren, maar ik weet nog dat mijn moeder, gealarmeerd door iemand, me naar huis droeg. Toen ik in haar armen lag vroeg ik: “Ga ik nou dood?” Ik had geen idee wat dood was. Of doodgaan. Het had iets met ongelukken te maken of ziekte. Of oud zijn. Ik heb in mijn jeugd diverse vreemde ervaringen gehad. Ik lag in het ziekenhuis op de operatietafel en trad uit mijn lichaam. Ik kwam overeind en zag mezelf liggen op de tafel. Het was heel normaal en ik voelde geen angst. De tweede keer was toen ik per ongeluk een gulden had ingeslikt en geen lucht kreeg. Ik werd heel rustig en ik zag prachtige groene velden en bloemen om me heen. Het was heel sereen en ik voelde me heel blij. Toen slikte ik de gulden door en kreeg weer lucht. Ik leefde nog. Toen ik ouder was las ik regelmatig over de dood en wat er dan met ons gebeurde. Mijn boekenkast heeft een heleboel paranormale en spirituele boeken. Elisabeth Kübler-Ross was een geweldige arts die onderzoek deed naar sterven en de dood. Zij schreef hier meerdere boeken over. Het leven eindigt niet bij de dood. Je verandert alleen van vorm en dat leek me heel logisch. Nu ben ik vijftig en de dood heeft een prominente rol in mijn leven. Wetende dat we doorgaan in een andere vorm geeft me troost en houvast. Wetende dat de doden om ons heen zijn en zien waar we mee bezig zijn geeft me rust. De kunst is om ondanks het weten met je hoofd het ook te voelen in je hart. Waar ik soms nog mee worstel is het verdriet voelen van het aardse afscheid. En het verlangen om je nog iets langer vast te houden of te zien hoe je opgegroeid zou zijn. Maar jou voelen in die andere vorm is prachtig. Zoals nu. Het benadrukt dat we meer zijn dan dit leven. Dat we zoveel meer zijn dan dit lichaam. En dat allesoverstijgende is een bron van geluk.